Het blijft ieder keer weer spannend. Ik ben ook maar een mens. Ze zullen zo wel komen.

Als de bel gaat blijken broer en zus er als eerste te zijn. Om te voorkomen dat ze hun zus na al die jaren treffen in mijn afwezigheid, breng ik ze gauw naar de spreekkamer. Ik laat ze maar even alleen. Alleen met hun stressvlekken.

Wat als je elkaar na 20 jaar weer ziet?

Als de bel voor de tweede keer gaat, ontmoet ik zus. Ze kijkt me niet aan. Haar gebogen houding spreekt boekdelen. Ze gaat er letterlijk onder gebukt. Als we de spreekkamer binnen gaan, lijkt de lucht te bevriezen. Ze knikken voorzichtig naar elkaar. Ik kijk en zie drie volwassen mensen uit hetzelfde nest. Ik denk aan hun kindertijd en zie even voor me hoe ze met elkaar speelden. Onschuldig en zonder oordeel.

Mijn rol is me duidelijk, de communicatie zal de eerste tijd via mij verlopen. Na mijn introductie gaan we van start.

Is er maar één werkelijkheid?

Ik vraag hen om beurten aan mij te vertellen wat er speelt. Broer neemt kranig het woord en begint zíjn verhaal te vertellen, maar ik zie dat zus hem keer op keer bijstaat, dwingend knikt en alles beaamt wat hij zegt. De balans is zoek. Ik zoek naar een manier om de balans te herstellen. Ik stel voor dat we één tegen één praten en dat de ander niet reageert. Ook niet met lichaamstaal… (maar dat is moeilijk).

We beginnen opnieuw. Het verhaal van broer gaat terug naar vroeger, wat er precies is gebeurd en hoeveel pijn dat deed. De verwijten vliegen in het rond. ‘Toen jij dát deed kon ik toch niet anders dan ….?!’  Ik vraag zus nog even niet te reageren. Ze mag zo eerst háár eigen verhaal vertellen. Eigenlijk hoor ik een soortgelijk verhaal met een andere interpretatie. Nadat ook zij haar verhaal gedaan heeft zit de boosheid er bij allemaal goed in. Daarom vraag ik -een bewuste actie- naar de details van de gebeurtenis, waarna ze mij aankijken en zeggen ‘ach, het is toch eigenlijk niet zo belangrijk om te weten hoe het nu precies gegaan is?’. Ha, precies waar ik heen wilde: wat lucht! En het begin van reflectie.

We praten en praten. Het gaat alle kanten uit, over vroeger, hun jeugd, hun ouders. Het laait op, zwakt af en laait weer op. De pijn wordt opnieuw gevoeld en gewogen. Ik luister. Niet zozeer naar de feiten en de verwijten, maar naar waar het steekt, waar de pijn zit.

Ben je bereid naar de toekomst te kijken?

Als ik hoor dat ze in herhaling vallen, vertel ik wat ik heb gehoord. Ik heb het daarbij niet over de feiten maar over de beelden die ze van elkaar hebben. Die beelden zijn jaren geleden gevormd en ook al jaren niet meer getoets op realiteit. Ook geef ik terug hoe ze elkaar en zichzelf daarmee tekort hebben gedaan, omdat ieder van hen zich heeft doorontwikkeld. Mensen ontwikkelen zich ieder dag. Ze hebben allemaal aan hun kinderen geleerd dat het goed is naar het verhaal van de ander te luisteren, dat iedereen zich weleens vergist en fouten maakt, dat mensen daarvan ook kunnen leren en dat niemand precies weet hoe het precies zit. Je moet ervan uit gaan dat iedereen zijn best doet. We hebben allemaal onze eigen werkelijkheid. En die werkelijkheid klopt heel vaak niet met de werkelijkheid van de ander. Stil wordt er geknikt.

Je hoeft het niet eens te zijn met de werkelijkheid van de ander, maar je kunt de werkelijkheid van de ander wel aanhoren als iets dat voor die ander belangrijk is. Je realiseren dat de ander een andere werkelijkheid heeft dan jij hebt. Ik zie dat dit verhaal aanspreekt. Ze mogen er dus allemaal zijn, alles is goed, het gaat niet om het verhaal. Dat verhaal laat je met respect waar het hoort. We nemen afscheid van onze oude beelden. Het gaat om de toekomst.

Hoe moet dat dan?

Maar hoe moet dat dan? Wat heb je nodig om het verleden los te laten? Inderdaad, een eigen besluit. Een krachtig besluit om het verleden los te laten en afstand te nemen. Vanuit de afstand zal je merken dat de tijd doet wat het moet doen. Het welbekende gezegde.

En dan gebeurt het, een voorzichtige arm op de schouder. Ze staan op en geven elkaar een knuffel. Een zenuwachtige lach en een zucht. Ontlading…..

Na het weekend bel ik ze op om te vragen hoe ze erop terug kijken. Als ik hoor dat ze dat weekend bij elkaar op de koffie zijn geweest, gloei ik werkelijk van top tot teen.